simon carmiggelt herfstbloemen colijn en de AR Buthdijk, Axel buurman Millenaar de molen van Cappon pioenrozen moeder Krina   DE TEKENAAR   aan de Amstel PCB-kalender Kuiphof meneer Visser


dagboekfragment uit 1931

De tekenaar is 22 jaar
Ik ving de baas zijn woorden op over "geen kermisdagen uitbetalen dit jaar". Opgericht heb ik me uit m'n gebukte houding. M'n penseel, middenin een contour wild weggerukt, brak af. De vloeiende beweging stokte. Die rustig overgegeven aandacht om iets moois te maken, sloeg over in innerlijk vlammengelaai.
Als er onrecht is, gaat het vredige weg, dan breekt de opstand los, dan komt toorn me het bloed naar de wangen jagen. Dezelfde handen die het penseel liefdevol besturen, zochten nu steun, grepen alles aan wat mijn heftige woorden kracht kon bijzetten.

Deze week kocht hij de beneden in het atelier staande auto. Van 's morgens vroeg tot 's avonds dampt hij zijn fijne sigaren. Acht uur van de werkdag van achteneenhalf uur houdt hij zich overal op behalve in het atelier. Welgedaan loopt hij rond, "De Baas".
Als recept voor zijn vermageringskuur is hij lid van het Eindhoven-III elftal.


Hij uitte een grote klacht over de slechte tijden.
"Helaas moet ik overgaan tot een krasse maatregelen. Omdat het slechte tijden zijn, omdat ik alles voor heel lage prijzen heb moeten afleveren en er weinig verdienste was, daarom kan ik jullie de komende drie kermisdagen niet uitbetalen en zal er volgende week ook niet gewerkt worden. "
Een heel jaar heb ik m'n uiterste kracht voor zo'n zaak gegeven, al het mogelijke gedaan om alles zo goed mogelijk te laten marcheren. Ik sprong altijd in de bres als iets buiten de gewone werktijden inspanning vroeg. Ik heb m'n best gedaan om vakkundig bij te blijven en om ieder werkstuk met een stempel van soliditeit af te leveren. En dan aan het eind deze waardering.
Een half uur lang ben ik tegen hem aan de gang geweest.
"De schade die u zelf moest dragen, het risico van uw eigen doen, werpt u op de schouders van uw knechts," enzovoort.
Zonder resultaat. Verontwaardigd, met fonkelende ogen, een hand tot vuist gevormd, zo stonden we daar. De gemoederen broeiden, om geld, om recht.
En nu? Moet ik er geen genoegen mee nemen? Moet ik dan ontslag vragen? En mijn meisje dan, en m'n studie?

Zaterdagavond zat ik tegenover hem aan tafel in de huiskamer. Mevrouw regelde het.
"De baas kan je best aanstaande maandag in Tilburg even ophalen aan het adres waar je moet zijn. Je kunt dan dat karweitje daar opknappen en daarna met de wagen terug naar huis, dan ben je er goedkoop."
Dit zou betekenen dat ik uren bij m'n lieveling kan zijn, ik kan mijn vertrouwen geven en tot slot de rit terug krijgen.

Op de weg van Tilburg naar Eindhoven gleed een nieuw lux wagentje met een 50 kilometervaartje tussen de Brabantse wegkanten door. Achter het stuur de Heer Andrť van Bergeijk, naast hem zijn knecht, Daan van Driel.
Laatstgenoemde keek telkens, onder het goed vlottende gesprek, in het vernikkelde bolvormige achtergedeelte van de lantaarn voor hem. Daarin boeide het opdoemend en weer wegdraaiend landschap zijn oog. Telkens weer nieuw kwam het, en zo was het weer verdwenen, een film. In razende vaart kwamen de taferelen op en werden weer weggesmeten.