Spinoza

februari 2018


Spinoza (182K)

Een poging om iets van Spinoza te begrijpen

Ik beschouw Spinoza als een natuurwetenschapper die nadacht over Mens en Wereld. Als er ÚÚn was die zelfstandig, dus op eigen gezag nadacht, dan was hij het wel. Zijn ideale mens is autonoom, onafhankelijk, vrij van andere instanties, en daarom gelukkig.

Mijn beschrijving van Spinozabevindingen begint bij De Alles bevattende Natuur, gaat dan verder met de (levende) Soorten en spitst zich dan toe op de Menselijke Soort en diens plaats in de wereld.

Daarna houden mij bezig:
  • Hoe regelt de Natuur het voortbestaan van de Soorten in het algemeen en van de Mens in het bijzonder? Welke rol speelt de Menselijke Samenleving daarbij?

  • de vraag naar Goed en Slecht, wat is Moraal?

Bij dit schrijven baseer ik me vooral op mijn eerste echte kennismaking met Spinoza in:
  1. "SPINOZA" van Maarten van Buuren (ondertitel: vijf wegen naar de vrijheid
  2. "SPINOZA" van Kees Schuijt (ondertitel: de vreugde van het inzicht)
  3. "Spinoza's Inleiding tot de filosofie" van Theo Zweerman (ondertitel: ethiek als verhuiskunde)

Ik kom nog maar net kijken bij Spinoza, dus er zal zeker veel op aan te merken zijn. Evengoed doe ik een poging.

De Natuur

De Natuur is oneindig en zorgt goed voor zichzelf. Als er in de Natuur iets verandert, dan is daar in die Natuur een oorzaak voor: de natuurwetten die deze processen sturen zijn in de Natuur aanwezig. Er is een kiemkracht waar alles uit voortkomt.
Geen bovennatuurlijk wezen bemoeit zich met deze processen, of grijpt daarin in. Het in stand houden van de Natuur gaat vanzelf. De zon schijnt, het water stroomt, de wind waait. Voor elke verandering is een natuurlijke oorzaak, zoals hoogte- of drukverschil. Nieuwe individuen van alle soorten planten en dieren, inclusief de mens vormen zich; ze krijgen leefruimte op de vaste aarde en in het water. Zo zijn alle soorten deel van die natuur; je kunt erop vertrouwen dat zij door diezelfde natuurwetten in stand worden gehouden. De Natuur houdt zichzelf in stand, verbetert zichzelf, groeit uit, enz. Spinoza gebruikte het woord 'god' vaak, maar hij bedoelde daarmee De Natuur, de Aard, de Oerkracht van de Wereld.


De Soorten

Elke levende soort - en ook elk afzonderlijk individu van die soort - heeft alles in zich wat nodig is om zich te handhaven en zelfs te verbeteren.
Elk levend individu streeft naar overleving en heeft een inwendige natuurlijk drang om zich te handhaven en verder te ontwikkelen. Noem het een impuls tot leven, een levensdrift, de natuurlijke kiemkracht.
Bij de geboorte van een individu wordt een soort bouwplan doorgegeven dat alle gegevens van de nabije familie bevat, maar ook die van de soort. Meteen vanaf de geboorte wordt dat bouwplan in uitvoering gebracht, is de Natuur bezig met ontplooiing. Het individu zoekt voedsel, groeit en - voor zover het dieren en mens betreft - gaat kijken, geluiden maken, reageren. Opvoeders helpen daarbij, ze wijzen de weg, maar het proces vindt plaats in het nieuwe ding, een woord dat Spinoza wel gebruikt voor een levend exemplaar van een soort.
De levensdrift is van levensbelang. Terwijl het ding zich geleidelijk aan ontwikkelt, doet die drift steeds meer zijn intrede en zorgt ervoor dat het leven wordt voortgezet. Het ding accepteert die drang.
Geen enkel organisme, geen mens, geen dier, geen plant zelfs, mist deze drang. Je kunt die niet verliezen, hoewel er sprake kan zijn van tegenwerking. Je wordt van binnen uit aangemoedigd om te doen wat de natuur je ingeeft, namelijk het ontplooien van vermogens, het uitvouwen van wat er in zit. Deze drang komt ongevraagd en onafwendbaar af op elk individu, dat zich dit als vanzelf toe-eigent: een plant ontvouwt een bepaalde bloem, een mier werkt mee aan het gemeenschappelijk bouwwerk, een mens lacht naar een ander.

Het is leuk dat iemand in de zeventiende eeuw dingen over de natuur zegt die vruchtbare bodem blijken te zijn voor de later ontwikkelde evolutietheorie en helemaal passend voor het nog later ontdekte DNA. Behoud van de soort, van elke soort, en het doorgeven van de 'levensdrang' is precies de functie van het DNA waar Spinoza nog nooit van gehoord had.



De Mens.

De mensensoort is op bovenstaande geen uitzondering en heeft alles in zich om met succes te vechten voor haar voortbestaan. Net als alle soorten, wordt ook jij gedreven door een natuurlijke impuls, die levensdrang. Je hebt alles in je wat nodig is om tot een volwaardig mens uit te groeien, plus ook nog eens jouw eigen, specifieke bijzonderheden. Je moet alleen maar - van jongs af aan - ongeremd doorgang geven aan de eigen ontplooiing, aan de drang van je levensdrift.
Ontdek jezelf! Ga op zoek gaan naar je eigen wezen, je essentie. Die is te vinden in het verstandig leven naar de rede, via kennisverwerving.
Als je die levensdrang niet in de weg gaat staan, gaat het als vanzelf, net als bij de andere soorten. Opvoeders helpen je daarbij, ze wijzen de weg, maar het proces vindt plaats in jou. Tot zover ben je als dat vogeltje in het nest dat uit het ei kruipt en groeit en voelt dat het kan vliegen, daarbij door de ouders gestimuleerd.


Goed en kwaad, Moraal

Een organisme heeft het vermogen zich te ontwikkelen, zich zo goed mogelijk te realiseren. Hoe groter dat vermogen (die macht, zegt S), hoe beter. Wat bijdraagt aan dat vermogen, is goed. Wat meewerkt aan het in stand houden van de soort, dat is moreel gezien goed. Alles wat daaraan afdoet, wat de ontplooiing remt, is slecht. Macht (vermogen) verhoudt zich tot onmacht (onvermogen) als goed tot kwaad.
Zelfbehoud is de drijfveer van elke soort, ook van de mens. Elk individu heeft, niet alleen het vermogen, maar ook het recht om zich te handhaven. Als dat de kern van de moraal is, kan een individu denken dat alles in de wereld draait om zijn eigen zelf, alsof hij autonome macht heeft en het recht om te doen wat in z'n macht ligt. Kun je maar zo alles doen wat in je macht ligt? In principe wel, jazeker. Je hoeft niet bang te zijn dat de natuurwetten krachten ontwikkelen die slecht zijn, die het bestaan onzeker maken. Geef ruimte aan de natuurkrachten.
Als een individu iets doet om zijn macht tot overleven te vergroten, dan doet hij daar goed aan. Als je niet gebruik maakt van je vermogen tot zelfontplooiing, ben je fout bezig.
Moraal, datgene wat je goed en slecht noemt, is net als alle natuurkrachten immanent in de Natuur aanwezig en niet afkomstig van bijvoorbeeld transcendente goden. Moraal is iets van alle soorten, want elke soort heeft het vermogen, de macht en dus het recht om zich te handhaven.
Belangrijk is dat behoud van de soort vraagt om samenwerking van de individuen met elkaar en zelfs met andere soorten. Denk alleen maar aan de noodzaak tot voortplanting en alle 'goede' mechanismen die de Natuur daarvoor in petto heeft.
Het is mogelijk dat er krachten opdoemen, niet uit de natuur, maar uit negatieve passies (die je vooral bij de mensensoort treft) die bedreigend zijn voor (andere) individuen en soorten. Zulke krachten zijn slecht en dienen noch het voortbestaan van de bedreigde soort, noch dat van de mensensoort.
Alles wat helpt bij het volmaakter worden van het individu en van de soort, dat noem je goed. Alles wat hindert bij het bereiken van volmaaktheid, dat noem je slecht.


Individu versus de soort

In de Bijbel staat, ergens in het begin, een verhaal van iemand die sterk is, macht heeft en vindt dat hij, Lamech, een ander die hem in de weg loopt, op z'n (te lange) tenen trapt, rustig met een stevige vuistslag buiten westen slaat. Of als iemand hem een duw geeft, slaat ie hem rustig dood. Als Lamech zich maar handhaaft, dat is de hoofdzaak. Als hij maar de macht heeft om te blijven en vooruit te gaan.
Is dat de bedoeling van 'vrije ontplooiing', van zelfbeschikking, van voortbestaan? Lekker is dat.
In diezelfde bijbel staat trouwens ook een oproep om te woekeren met je talenten. Dat onderstreept het idee van 'gebruik je kansen, heb ambities'.
Die onbelemmerde uitoefening van macht leidt tot conflicten, moord en doodslag. Mensen als Lamech, levend in een zogenaamde primitieve natuurstaat, weten nog niet hoe ze hun rede moeten gebruiken. Je moet voorkomen dat jouw vrije ontplooiing in strijd komt met de belangen van het collectief, van de omgeving, van mensheid en milieu! Een van de eerste dingen die de mensensoort moest leren.
Lamech voelde de macht tot overleven, was er sterk genoeg voor, maar had een verkeerd eigenbelang voor ogen. Als de individuen van een soort zo met elkaar omgaan als hij, moorden ze elkaar uit en blijft er niet een over. Hem ontbrak het aan kennis; hij moest ontdekken dat je samen sterker staat dan alleen.


Eendracht maakt macht

Je moet je best doen om te integreren in de samenleving en in de natuur. Maak afspraken met soortgenoten tot samenwerking. Sociaal gedrag geeft veiligheid en voorspoed en leidt tot echte vrijheid. Je leert in vrede leven met jezelf en met je medemens.
De rede is het vermogen dat jou als mens in staat stelt de overgang te maken van die primitieve toestand, die 'natuurstaat', naar de samenleving. Individuen worden door de Natuur zelf voorbereid op het vormen van groepen, en hebben begrepen dat ze zich aaneen moeten sluiten om veilig en profijtelijk te kunnen leven.
Met een sociaal contract hoeven mensen minder bang te zijn voor de ander, zodat feitelijk zijn vrijheid er groter door wordt. In zo'n gemeenschap behandelen mensen elkaar zoals ze zelf behandeld willen worden en kan de mens vrij zijn om te denken wat je wilt en zeggen wat je denkt.
Zie deze behoefte ook niet als uitsluitend menselijk. Alle mogelijke diersoorten (en plantensoorten) zijn ook sociaal georganiseerd. Daarbij speelt bijvoorbeeld onderlinge empathie een belangrijke rol als natuurkracht.
Het ontstaan van een samenleving is een natuurlijk proces van diezelfde hiervoor genoemde levensdrift. De menselijke samenleving mag je ook cultuur noemen. Die is een groot collectief belang geworden voor de voortgang en opgang van de mensensoort.
Het eigenbelang is weliswaar de individuele drijfveer tot handelen, maar moet wel goed begrepen worden. Je kunt je niet doorgaan - ook al zou je de macht ertoe hebben - met het vernietigen van elkaar en van de Natuur. Ten behoeve van het voortbestaan van de soort, moet je begrijpen dat jij afhankelijk bent van je leefomgeving, de aarde, de Natuur. Geen soort kan individueel overleven. Een apart individu is in wezen machteloos, maar samen staan ze sterk. Vele soorten hebben hun specifieke cultuur ontwikkeld. Kijk naar de mieren, hoe die samenwerken, de bijen, maar ook hoe apen in hun groep met elkaar omgaan, hoe ze het elkaars leven prettig maken. Intu´tief weten ook zij dat ze niet zonder elkaar kunnen. Eigenbelang wordt gediend door collectief belang en vice versa.

De Natuurwetten zijn sterk. Ze bepalen je leven als jij dat niet verhindert. Je hebt het in je macht om dat te laten gebeuren. Laat die macht z'n werk doen. Jouw rede heb je niet voor niets. Durf voor jezelf, zoals je bent, ferm uit te komen. Dikke kans dat je dan in de loop van de tijd beter in staat zult zijn met anderen samen te leven; jij en de ander kunnen hun rede steeds verder ontwikkelen.


Kennis

Minstens ÚÚn groot verschil is te zien bij de mens vergeleken met planten en dieren. Planten niet, maar vele diersoorten hebben hersens. Juist de hersenontwikkeling bij mensen is toch wel heel bijzonder. Dat slaat dan vooral op het denkvermogen, je kunt over jezelf nadenken, je leert je eigen gedrag te bekijken en te beoordelen met je denkvermogen, door te denken. Je hebt, wat men noemt: rede, een vermogen tot redelijkheid. Ook dat vermogen is een natuurlijk gegeven, maar moet je het wel ontwikkelen, onderhouden, trainen.
Om de rede te ontwikkelen, moet je kennis verwerven.
De Natuur geeft je aangeboren kennis, intu´tieve kennis. Vertrouw op die aangeboren kennis, volg je intu´tie, stem je rede af op de natuurwetten. Daar is de fundamentele kennisbron die macht geeft. Omdat je deel uitmaakt van de Natuur, heb je een intu´tie voor waar het om gaat, voor wat de essentie van de dingen is, voor het grote verband. Het geeft je greep op de werkelijkheid. Dat geeft geluk. Het maakt je volwaardig mens.
Ook kun je kennis opdoen door ervaringen met je zintuigen. Je ziet, je hoort iets, je slaat dat op, je overweegt, overdenkt die ervaring en je trekt conclusies. Dat laatste proces verloopt met je rede, in je denkvermogen. Met die rede verzamel je heel veel kennis, alle jaren van je leven. Maak er een gewoonte van na te denken met kritische reflectie. Verwerp een idee, verander andere ideeŰn, verbeter bestaande ideeŰn. Leer zelfstandig denken; eenvoudig is dat niet. Het ontwikkelen van een eigen mening is moeilijk. Je moet bestaande ideeŰn durven relativeren. Hoe moeilijk ook, stel via kritische reflectie alles ter discussie. Je toekomstig denkvermogen is afhankelijk van de mate waarin je durft afstand te nemen van bestaande meningen. Doordat je je kritisch vermogen ontplooit, verwerf je een soort 'autonomie'. Het is niet de bedoeling dat je klakkeloos gaat doen wat een ander je zegt. Je moet je aan niets anders onderwerpen dan aan de natuurwetten. Dat geeft je een soort vrijheid, geluksgevoel.
Zo ben jij als mens in staat tot zelfontplooiing. Je vergroot je vermogen tot actie, tot ingrijpen, je oefent macht uit. Aanvaard dat vermogen, die werking als onontkoombaar, als iets van jezelf, alsof je er voor je geboorte al voor gekozen had. Het zit in je. Die macht is het vermogen om te doen wat in jouw belang is, en tegelijk geeft die jou het recht om je bestaan te handhaven. Mensen die de natuurwetten graag omarmen, daar zit de wereld op te wachten.
Spinoza zijn idee over kennis, drie soorten waarvan de eerste niet adequaat zou zijn, deel ik niet helemaal. Hij heeft weinig vertrouwen in kennis verkregen door waarneming. Terwijl de hele moderne wetenschap juist zich baseert op waarneming. Spinoza zou in deze tijd verwonderd zijn over de adequate, de precieze waarnemingen die gedaan kunnen worden, met name in een laboratorium. De wetenschap moet zich volgens Spinoza meer baseren op de rede, op het gebruik van het menselijk denkvermogen. Ik denk dat het denkvermogen van de wetenschapper zwaar leunt op de waarnemingen die de wetenschapper doet. De feiten zijn vaak doorslaggevend.

Verstand versus emotie

Het bijzondere van de mensensoort is het hebben van 'de rede', de redelijkheid, het vermogen tot doordenken, tot reflexie. Natuurlijk (van nature) heeft de mens ook emoties.

Spinoza kende het woord 'emotie' niet, maar gebruikte meer het begrip 'affect'. Die heeft de mens nu eenmaal. Ook de rede kan de emoties niet verwijderen. Hij zag affecten als aandoeningen van de mens, hetzij van zijn lichaam, hetzij van zijn geest. Aandoeningen kunnen het vermogen van de mens vergroten of verkleinen, ondersteunen of remmen.
De drie belangrijkste emoties zijn: blijdschap, droefheid en begeerte.
Als affecten het vermogen vergroten, leveren die blijdschap op.
Als affecten het vermogen verkleinen, leveren die droefheid op (passies)

Het probleem ligt bij de passies. Passies overkomen je. Ze komen voort uit een onjuist beeld van de wereld. Waar komt dat onjuiste beeld vandaan? Het zijn externe factoren die je continu be´nvloeden in je streven naar zelfbehoud, vaak een kwestie van opvoeding. Je hebt verkeerde kennis opgedaan. Je bent behept met foute passies en die vormen een groot gevaar. Daarom moet je je rede inzetten om die passies aan te pakken. Begin alsjeblieft met het opdoen van (nieuwe) kennis over de passies, probeer ze te begrijpen, waar ze vandaan komen, hoe ze ontstaan, wat hun oorzaak is, en hun gevolg.
Het kennen van passies betekent niet dat ze verdwijnen, maar wel dat je er meer controle over krijgt. Zoek uit waar ze vandaan komen en hoe ze werken.

Je eigen macht, wat jij allemaal kunt, bepaalt wel je rechten, maar niet je welzijn. Dat welzijn heeft alles te maken met het kunnen bevredigen van begeerten. Begeerten als ambitie, eerzucht, macht, lust hoef je niet te bestrijden of te onderdrukken, maar moet je onder controle brengen van de rede.
Schadelijke passies, zoals haat, kun je omvormen tot vruchtbare acties en macht. Daar ben je mens voor. Kracht, liefde, rechtvaardigheid, maar ook ambitie zijn deugden, want ze dragen bij aan je macht, je vermogen tot actie. Haat en nijd, maar ook nederigheid en medelijden zijn ondeugden, want zij maken je machteloos.

Wat bij de mensen als het hoogste goed geschat wordt komt neer op deze drie:
Rijkdom, eer en zingenot (geld, eer en seks). Deze drie kunnen je geest zo ontredderen, dat je niet in staat bent aan iets anders te denken. Eer, roem hoort in dit rijtje thuis als je bedenkt dat het behalen van eer vooral mogelijk wordt als je naar andermans pijpen danst.
Deze zaken leveren geen enkele bijdrage tot het behoud van ons bestaan, vaak zelf omgekeerd. Het bedenkelijke karakter van deze drie komt ook aan het licht bij het gebruik van de drie volgende woorden: geldzucht of hebzucht, eerzucht en genotzucht. Onder deze drie ondeugden wordt heel wat afgezucht.
Hoe leg je alle hebzucht, alle eerzucht en alle genotzucht af? zo vraagt Spinoza zich af. Hij raadt ieder aan om van deze drie - om te beginnen - nooit een doel te maken, maar hoogstens een middel om het doel te bereiken.

Zelf denk ik dat emoties bij de mens horen, veelal overgeŰrfd van de voorouders en, nog verder, uit het dierenrijk. Onze emoties hebben nog steeds vele functies van vroeger, ook al ben ik het er helemaal mee eens dat we ze inmiddels kunnen reguleren met ons verstand, met de rede. We hebben onze instinctieve reacties op zekere omstandigheden, maar daar blijft het niet meer bij; we zijn geen redeloze dieren meer.
En nog iets: Seks lijkt bij Spinoza niet in hoog aanzien te staan. In het gebruik van het woord 'genotzucht' kan ik nog wel begrijpen hoe zoiets destructief kan zijn. Maar al met al is toch seks een noodzakelijk, door de natuur gegeven methode voor de instandhouding van de soort, lijkt me zo.
De afspraken die mensen maken, lijken plaats te vinden van tijd tot tijd. Neem de axiale periode toen het menselijk gedrag en het mens-zijn diepgaand werd beschouwd. Het moest afgelopen zijn met de 'ieder voor zich' natuurstaat. 'Oog om oog, tand om tand' en niet meer dan dat. Of: 'behandel een ander zoals je zelf graag behandeld wordt'. Sociale contracten die overduidelijk het voortbestaan van de mensensoort ondersteunen. Redelijke afspraken waren het, met nog wel een beroep op god. De Verlichting ging weer verder, met het erkennen dat de natuurkrachten allesbepalend zijn voor wat er in de wereld gebeurt, en niet een of ander bovennatuurlijk wezen. Dat legt de verantwoordelijkheid voor het gedrag in de natuur en - voor zover de mens vrij is - bij de keuzes die mensen maken op basis van hun kennis.


Goed & Kwaad

De soort en haar individuen ontwikkelen zich volgens de meegekregen 'blauwdruk', gestuurd door de 'levensdrang'. Alles wat zo'n ontwikkeling ondersteunt is goed, alles wat die ontwikkeling remt is slecht. Ziehier een overduidelijke definitie van goed en kwaad.
Je gebruikt je verstand, je rede niet? Dat is slecht. Het kwaad komt dan ook voornamelijk voort uit onwetendheid. Vaak kun je iemand niet eens kwalijk nemen als die door onwetendheid het behoud van de soort in de weg staat.
Iemand die niet weet dat roken je gezondheid ernstig schaadt, kun je het niet kwalijk nemen dat hij sigaretten verkoopt. Dat wordt anders als iemand niet luistert naar goede raad, bijvoorbeeld om zonder jas de winterkou in te gaan, vervolgens ziek wordt en wie weet aan een longontsteking doodgaat, zo iemand heeft slecht gehandeld, heeft zijn voortbestaan geschaad. Iemand die steelt omdat hij en zijn gezin geen eten hebben, doet daar goed aan, want dat is goed voor zijn voortbestaan. Maar dat wordt weer dubieus als de bestolene op zijn beurt nu in levensgevaar komt. Enzovoort.
Heel veel kwaad kan worden opgelost door onderwijs, door kennis op te doen. Als je begrijpt waar het om gaat, wat 'het goede' is, dan zul je veel eerder ook daarnaar handelen. Maar slechte passies, emoties, kunnen toch weer roet in het eten gooien, als iemand lijdt aan affecten zoals hebzucht of eerzucht of genotzucht.
Spinoza zal niet gauw iemand schuldig verklaren, als gedrag veroorzaakt wordt door oorzaken die er nu eenmaal zijn, waar je zelf niet altijd de hand in hebt.

Dat laatste is boeiend in het licht van de moderne wetenschap. Swaab betwijfelt ook hoe je met het woord schuld om moet gaan. Je hebt je genen meegekregen van je ouders, waar wellicht al enkele problemen liggen, zoals weinig intelligentie, of aanleg tot onvriendelijkheid. Je bent opgevoed zonder dat je daar zelf veel aan kon doen. Hoe zit het met jouw kennis? Is jouw rede redelijk ontwikkeld? Of heb je geleerd dat je op je emoties moet varen, er op los slaan als iemand je te na komt? Mag een rechter jou veroordelen als je doet wat je innerlijke drang je laat doen?
Spinoza gelooft niet in slechte innerlijke drang, alleen maar innerlijke drang tot het goede. Externe factoren wel, die kunnen iemand van het rechte pad halen, maar ben je dan schuldig?
Zo ook: ben je schuldig als er iets mis is met jouw genen? Ook al is het maar dat een gen door toevallige straling in een heel vroeg stadium een mutatie onderging?

Vrijheid & geluk

De levensdrift is essentieel voor het leven. De oorzaak daarvan ligt in de Natuur. Terwijl het organisme zich geleidelijk aan ontwikkelt, doet die drift steeds meer zijn intrede en zorgt ervoor dat het leven wordt voortgezet en zich in nieuw leven herhaalt. Geen enkel organisme mist deze drang, die aangeboren is, onvervreemdbaar, dwingend, bij mensen, bij dieren, bij planten. De levensdrift is veel ouder dan de wil en is een biologische wet. Echte keuzes hoef je eigenlijk niet te maken. De vraag is zelfs ˇf je iets te kiezen hebt. Je vraagt vanzelf om eten, je groeit, je gaat kijken, praten, denken.
Omdat alles een oorzaak heeft, kun je niet spreken van een absoluut vrije wil. De wil van een individu behoort bij Spinoza tot het gebied van het denken, niet tot het gebied van de materie. Wat je denkt, dus ook wat je wilt, heeft zo z'n oorzaken in voorafgaande denkactiviteiten. Vrij denken is niet mogelijk, want al je denken wordt gevoed door voorafgaand denken. We ondergaan het verloop der dingen, maar dat kan passief of actief. Als je dat actief ondergaat, dan is dat de uitweg naar vrijheid, volgens Spinoza.

En toch is vrijheid een kernwoord bij Spinoza; onbekommerd benoemt hij vijf wegen naar vrijheid (volgens Van Buuren):
    Vrijheid is een kernwoord bij Spinoza; hij benoemt vijf wegen naar vrijheid:
  1. Zelfbeschikking - jij bent de baas over jezelf
  2. Immanentie - wat je nodig hebt, is in de Natuur vrij aanwezig
  3. Wil tot macht - het is je natuurrecht om jezelf te handhaven
  4. Intu´tie als hoogste vorm van kennis - de benodigde kennis is voorhanden
  5. Eendracht maakt macht - samenleven geeft ruim overleven

Hoe dat precies zit bij Spinoza is me niet duidelijk. Is er zoiets als een vrije wil? Of is dat een illusie? Of moet ik het zo zien: de natuurlijke drang tot overleven brengt de mens er toe om afspraken te maken met de ander omdat je samen sterker staat. Nemen we dan in vrijheid een besluit? Of worden we tot zo'n besluit gebracht? Je moet het niet passief ondergaan, volgens Spinoza, maar hoe is dat dan: actief ondergaan? Blijkbaar heb je die keuze, kun je toch echt kiezen, ook al verandert er eigenlijk niets door jouw keuze. Alleen je gevoel van vrijheid, van geluk schiet omhoog bij de actieve keuze vˇˇr het instemmen met je bestemming. Is dat het?
Volgens Spinoza kan er geen interactie bestaan tussen stof en geest, materie en denken. Maar in onze 21ste eeuw zie ik denken als processen in de hersens, activiteit van neuronen, oftewel: denken is ook materie, reacties in materie. Bij Spinoza is dat onmogelijk. Hier wordt hij door de wetenschap ingehaald, denk ik.
Als je denken beschouwt als activiteit in het brein, lijkt het me duidelijk dat al wat daar gebeurt ondersteund wordt door opgeslagen informatie. Dus ook hier blijft de vraag actueel: wat is er vrij in het denken van een mens? Zouden we ook hier kunnen kiezen om de lopende processen, in onze hersenen, actief te accepteren? Hebben we daar de keuzevrijheid voor?

Spinoza zegt dat, als de menselijke geest zich bewust is van zichzelf en van zijn macht tot handelen, dat dan de Blijdschap toeneemt. Kan ik gelukkig worden door meer te begrijpen van het leven? Iets in mij zegt: jazeker. Maar hoe leg ik dat uit, ook voor mezelf? Maakt kennis - en al helemaal kennis van goed en kwaad - je gelukkiger? Stel dat ik min of meer weet waar het om draait in het leven, dat ik weet waarom ik bepaalde keuzes blijk te maken, dat ik over mezelf mag zeggen: dat heb je goed gedaan, zou dat tevredenheid geven, voldoening, geluk?
Toch wel ja, lijkt me.