AUTEUR:
Daan van Alten


DE LOTGEVALLEN
van
DAAN WACHTGELDER



1995

het E-mail tijdperk is nauwelijks nog begonnen.

Je schreef toen brieven op papier!!

Motto:
Wij wensen u verder veel succes




I. Is de post al geweest?

Elke morgen moet ik opstaan.
Niet zelden staat de wekkerradio nog aan,
heel zachtjes, nauw'lijks hoorbaar.
Het is 's nachts net of er iemand iets tegen me zegt.

Er uit nu, of nog even blijven liggen?
Tenslotte sta ik op,
draai aan de gaskachelknop,
eet een sinaasappel,
zet koffie en poets mijn tanden.

Ontbijtje moet ik mager houden.
Bijna vijftig ben ik nu.
Mijn strak atletisch lijf
begint een buikje te vertonen.
Voor het overige kan ik tevreden
in de spiegel
nog strakke billen bewonderen
en benen, nog niet door spataderen gehavend.
Toch is het vooral door mijn kop
als ik jaren jonger word geschat.

Openvouwen van de krant,
vast ritueel des ochtends.
(De zondagochtend blijft onwennig)
Mannen spelen nog soldaatje,
Het vaderland schuift weer wat op naar rechts.
De dollar minder waard.


Wat nu gedaan?
Op zolder is mijn werkkamer,
vol souvenirs uit Afrika (wat had ik daar een drukke baan).
wc en water; bovenal mijn geliefde computer.
Al ben ik boven, mijn oren
blijven gespitst op geluiden bij de voordeur.
Echt belangrijk nieuws
wordt met de post gebracht.
Hoor ik iets vallen,
ik sta op,
daal de trap af
en onderzoek de oogst van de dag.
Een verhuiskaart, een aankondiging van een expositie, een girobrief,
een informatiekrantje van een of andere organisatie.
Niet die ene brief waar ik zo lang op wacht.

De onuitroeibare,
dagelijkse hoop was wederom illusie.
Ik ben helaas niet uitgenodigd
voor een gesprek
en heb ook niet de loterij gewonnen.

Ziedaar mijn dagen zo tweeledig.
Eerst koester je hoop, natuurlijk niet teveel.
Daarna verwerk je de teleurstelling.

Soms blijft de deurmat leeg.
De overgang neemt dan meer tijd in beslag.
In een vertraagd proces vebeeld ik mij:
De post is laat vandaag.
Maar langzaamaan
laat ik de strohalm schieten
Het was weer niks vandaag.
Wie weet is 't morgen beter.


II. De krant van zaterdag

De krant van zaterdag, een feest
met bijna zoveel drukwerk
als alle doordeweekse kranten samen.
Naast nieuws en meningen
en bijlagen over menselijk gedoe,
vertoont de krant haar middel van bestaan:  de advertenties.

Ik heb de tijd,
de hele zaterdagochtend glijdt geleidelijk voorbij.
Beneden voor de warme kachel,
systematisch consequent; niet zomaar van hap en snap.  Ze lopen heus niet weg, die grote advertenties, waar ik zo bloedbenieuwd naar ben.

Katern nummer één is net zo interessant
als nummer twee en alles wat er omgaat,
in buiten- of in binnenland,
soms lees ik zelfs de sport.
Rustig aan, Wachtgelder, die prachtige advertentie, met die voor jou zo geschikte baan
kan op de laatste bladzij staan.

Er zijn ook kleine-baantjes-advertenties.
Hoop doet leven, al is 't maar even.
Ik breng geen kranten rond aan huis
of thuiswerk voor aantrekkelijk verdienen.
Ik ben werkloos, maar academisch.
Met veel en hoogstaande ervaring.
De groep waar ik nu toe behoor
kreeg ooit een krantje toegestuurd
met voor mijn soort geschikte vacatures.
Die krant heeft nu, modern genoeg
een keurig elektronisch zusje,
dat na betaling van wat geld op je computer leesbaar wordt.

Al spoedig evenwel, ontdek je
dat het een samenvatting is
van alles wat ik reeds
spelde in de kranten.
Ooit vond ik toch die leuke baan
voor jaren in het buitenland,
eenvoudig door te schrijven op advertentie in de krant.
Nu reageer ik al twee jaar
op elke vacature die enigszins geschikt lijkt,
ook met een salaris
passend bij de achteruitgang.

Heb ik ineens de verkeerde opleiding genoten?
Ze willen ingenieurs, landbouwkundigen en economen.
Vrouwen en allochtonen worden speciaal uitgenodigd te reageren.
Dat heb ik niet in de aanbieding.
Ik ben maar een vent,
en blank
en niet gehandicapt,
of het moest mijn leeftijd zijn.
Daar sta ik dan,
onder aan de ladder,
wetende hoe het boven is of was.
Tenslotte vouw ik de krant in al zijn delen dicht,
De keuze is:

  1. Weer niks
  2. Te proberen waard
  3. Op mijn lijf geschreven
Afhankelijk van de eindconclusie
neem ik nog een bakkie troost,
ga ik boodschappen doen of
verhuis ik naar boven, naar het toetsenbord.




III. Het Curriculum Vitae

Mijn CV nam ik ter hand;
die werd te licht bevonden.
Een eenvoudig schematisch overzicht
voldoet vandaag niet meer.
Het oog van de benoemingscommissie
valt op logo, lettertype en lay-out.

"Wat prachtig opgemaakt!
Dit moet de ware Jacob zijn.
Die moesten we maar eens vragen."

Een scanner plaatste mijn portret
in fijn formaat bij de persoonsgegevens.
Niet slecht, die kop.
Zien ze meteen dat ik veel jonger oog
dan mijn leeftijd doet vermoeden.
De ICT kan frustraties overwinnen.

What else?
Deskundige lieden met mooie titels
beschreven mij in oude getuigschriften.
Kijk aan: een schitterend citaat,
net niet te veel, ook niet te weinig.

"....persoonlijkheid zo creatief,
stabiel en met een enorme werkkracht ....."


Hoe zit het met mijn publicaties?
Kan dit iets vrolijker, wellicht?
Lettergroottes en de marges,
en een schitterend lay-out,
Hoezo A4? probeer A5.
dat klusje Arnhem moet erbij;
hoe onbeduidend misschien ook.

Ziedaar een nieuwerwets CV
met het aanzien van een boekje.
Het zal niet lang meer duren,
dan solliciteren wij
als op een contactadvertentie.

Hoewel ik zelf CV's bekeek,
precies als bij een afspraakje,
van meer belang bleek altijd weer
de eerste indruk bij de ontmoeting.

Eens was bescheidenheid een deugd,
Doe maar gewoon, dan doe je gek genoeg.
Al had je kruiwagens, je gebruikte ze niet.
Vriendjes, familie of een kennis;
dat deed je niet om aan een baan te komen.
Maar nu, je prijst je aan, je blaast je op,
je moet jezelf verkopen,
je legt je business kaartje neer
Kijk hier; zie mij; er is geen ander.

Men is verplicht met kruiwagens te rijden.
Men plakt er zelfs een sticker op:
Gebruik je netwerk, domme man!
Zal ik er ooit aan wennen,
Is dat voor mij wel weggelegd?





IV. De sollicitatiebrief

"We geven u tweeëneenhalf jaar
zeventig procent van uw laatste loon.
Vul elke maand een formulier in
met al uw sollicitaties."


Alstublieft! Ik dank u zeer.
Dat moet voldoende zijn
om een nieuwe baan te vinden.

Flink ben ik aan de slag gegaan,
dat varkentje ging ik wassen.
De brieven vlogen uit de printer.
Onder de sub-directory 'Sollicit'
staan inmiddels eenentachtig files
met meer dan vijftig sollicitaties.
Meer dan ik wel had gedacht.

"Onze innoverende, transnationale onderneming
houdt zich bezig met
kennisopbouw en institutionele versterking.
Ons enthousiast team,
waarbinnen altijd een prettige werksfeer heerst,
adviseert, versterkt en doet onderzoek,
..... et cetera"


De man
of liever - bij gelijke bekwaamheid - de vrouw,
moet zus gaan doen en zo,
dit en dat.

Ja, soms was ik enthousiast;
mijn hart begon hoopvol te kloppen.

Kijk toch: Precies de baan voor mij.
Net wat ik graag zou willen.
Eens kijken nu: Valt mijn profiel
voldoende samen met de profielschets
van de te benoemen kandidaat?"


Pas op, Wachtgelder, straks zeg je nog:
"Ik ben woonachtig" en niet gewoon:
"Ik woon in Amsterdam."
Maar dit terzijde.

De kandidaat heeft een universitaire opleiding
en ruime ervaring,
bij voorkeur in het buitenland.
Hij of zij moet flexibel zijn
en toch ook evenwichtig,
beschikken over goede uitdrukkingsvaardigheid.
zowel mondeling als schriftelijk.

Goede, sociale, communicatieve en representatieve vaardigheden,
dan wel eigenschappen, gekoppeld aan inzicht
in maatschappelijke veranderingsprocessen,
alsmede leidinggevende capaciteiten
worden zeer op prijs gesteld.


Het aan te stellen schaap
beschikt over vijf poten.
Maar och, die heb ik toch?!.
Ze bieden zelfs een prettige werkkring en een salaris.
Laat ik dit maar proberen.





V. Het antwoord

Na vijftig brieven in twee jaar
komt hooguit één reactie in twee weken.
Toch loop ik, tegen beterweten in,
elke ochtend
met speurende ogen
naar de voordeur.

Soms ligt daar dan zo'n envelop.
Die neem ik in mijn handen,
Ik weeg en proef en trek conclusies.
Van alle post wordt deze brief
tot het laatst toe bewaard.

"Hierbij bevestig ik ontvangst
van het door u toegezonden CV.
Ter informatie doe ik weten
dat thans 260 reacties zijn ontvangen.
Binnen een maand zullen we u nader informeren.
"


"Geachte heer Wachtgelder,
Onlangs ontvingen wij uw brief
waarmee u solliciteerde
naar een vacature binnen ons bedrijf.
Op onze advertentie hebben wij
een overstelpende hoeveelheid reacties gekregen,
en allemaal van hoog niveau.
Daardoor moeten wij onze selectiecriteria zeer strikt hanteren
en is het niet mogelijk iedereen
die past binnen het profiel
uit te nodigen voor een gesprek.
Inmiddels hebben wij
een aantal kandidaten
die ruimschoots passen
binnen het profiel
uitgenodigd voor gesprek.

Helaas moest een aantal kandidaten,
waaronder u,
afvallen.
Wij vertrouwen er op dat u begrip heeft voor onze werkwijze,
danken u voor de getoonde belangstelling
en wensen u verder veel succes
bij het zoeken van een andere werkkring.
"

Wat een keurig nette tekst!
Wie zou daar geen begrip voor hebben.
Er zijn er zo vreselijk veel
en altijd is er eentje
met net iets extra's in zijn mars.
Wat zegt dat over mijn capaciteiten?
Echt niets.

Maar toch.

De sufferds weten niet
wie ze hier hier aan de kant zetten.
Wacht maar,
ze komen er wel achter.
Spijt zullen ze krijgen.
De haren uit hun hoofd trekken.
Stom dat ze verzuimd hebben zich te verdiepen
in de persoon van Wachtgelder 95.





VI. Wie betaalt het gelag?

Men is verplicht in advertenties.
altijd m/v te plaatsen
Laat je de sekse-aanduiding weg,
dan discrimineer je.

'jonger dan 35' is echter toegestaan.
Zal ik een werkgroep oprichten
tegen de leeftijdsdiscriminatie?

Die vraag had ik niet moeten stellen.
Ik kreeg de wind van voren.
Echt niet doen, Wachtgelder.
Onze generatie wordt al verweten:
wij hebben alle leuke baantjes ingepikt.
De generatie na ons
is zelf aan werk niet toegekomen,
loopt na haar studie
al jaren werkloos rond.
Protesteren tegen leeftijdsdiscriminatie?
Jij,
die al vijfentwintig jaar
hebt geprofiteerd van de arbeidsmarkt?
Jij,
die je eigen huis hebt,
en vanaf je vijfenzestigste recht op pensioen.
Jij zou de jongere generatie haar baantjes willen afpakken?
Ga je schamen.
Aldus sprak mijn vriend.

O jé, o jé, ik schaam me diep.
Wat ben ik toch een egoïst.
Onafgebroken werkte ik al vijfentwintig jaar..
o, schandelijke egoïst!

Mijn vriend, die dag en nacht werkt,
sta van je werk een klein deel af,
zo niet aan mij (want dat is egoïstisch)
dan toch een stukje van je koek
aan die verloren generatie?!
"Onrealistisch! Wachtgelder.
Dat snap je zelf ook wel.
Als ik mij uit de markt ga prijzen,
lig ik er volgend jaar helemaal uit."


Hij had gelijk natuurlijk.
Maar toch, er blijft iets knagen.

Ik fantaseerde zomaar wat:
Bij zijn geboorte krijgt de Nederlander
een heuse knipkaart mee:
twintig jaren recht op studie,
dertig jaar op het schaarse werk.
Dan nemen anderen de fakkel over.
De jeugd heeft volop perspectief.

Zover is het helaas nog niet.
Dus blijf ik werkloos, nog geen vijftig
en pas over zeventien jaar pensioen.





VII. Doolhof

"Hoe gaat het, Wachtgelder, met u?
Even spieken in de papieren hoor.
O ja.
Is het wat geworden bij dat bedrijf?
Niet?
Ach, dat is nou jammer.
Het leek een bijzonder leuke baan, geknipt voor u."

De oude universitaire heer,
begrijpend en invoelend,
heeft opdracht mij te begeleiden.

"U moet het zo zien:
ik ben er voor u,
ik kijk en denk met u mee.
Als ik ergens iets leuks zie voor u,
dan laat ik dat weten.
Niets is verplichtend.
Bovendien kunt u om de zoveel tijd
uw hart eens even luchten.
U hoeft niet uit te leggen
dat u het moeilijk heeft,
hoe druk u bent met brieven schrijven,
hoe naar de afwijzingen zijn.
Heus, ik begrijp dat goed.
Wilt u nog een kop koffie?"

Op het arbeidsbureau,
krijg je geen koffie.
Al mijn gegevens en mijn competenties,
kon het computerprogramma daar
helaas niet goed verwerken.

nog maar één keer per jaar
lever ik mijn ondernomen acties
bij het arbeidsbureau in. Vaker hoeft niet.
Ik ben bevorderd tot de orde der hopeloze gevallen.


Bij twee bureaus,
die adverteerden met banen voor academici,
leverde ik mijn CV in.
Na een paar maanden belde ik op.

"Het probleem is:
Meneer zit niet in de goede branche."





VIII. Is het mijn beurt al?

"Ik begin er genoeg van te krijgen."
Van alle brieven
tot nu toe verstuurd
was er één uitgemond
in een gesprek
over misschien een nieuwe baan in Afrika.
CV en brieven zijn ter bestemde plaatse.
"Maar, meneer Wachtgelder,
u weet hoe het gaat:
Ambtelijke molens in Afrika
draaien zo mogelijk nog langzamer
dan hier in ons vaderland.
Pas in het najaar verwachten wij antwoord.
Bereid u zich daarop voor."

Het najaar kwam, het najaar ging.
De winter, en het voorjaar zelfs.

"November aanstaande stopt mijn uitkering."

"Maakt u zich maar niet ongerust.
Die brief komt spoedig aan.
Er komt een plaats vrij in september
die u heel goed zou kunnen vullen.
We zullen u voordragen bij het ministerie aldaar."

Maar de Afrikaan leeft nu in maart
September, meneer, duurt nog een eeuwigheid.
Nog een half jaar onzekerheid?
Nog een halfjaar in die wachtkamer zonder deuren?
Dat hou ik toch niet vol!
En wachten op het één
staat andere keuzes in de weg.
Net zo makkelijk
kan ik een afwijzing krijgen.
Ik word niet goed.
Nog acht hele maanden en dan….
ja wat dan?
In de bijstand?
Ze zullen me zien komen
met mijn dure eigen huis
dat ook nog huur oplevert.
En duizenden guldens op de bank!
Onder curatele van een bijstandsambtenaar?

"Ik pieker er niet over."

Met wat geluk kan ik per maand,
zo'n duizend gulden sparen.
Dan is de hypotheek betaald,
de vaste lasten en het onderhoud.
Maar op de plank staat dab geen brood;

Een krantenwijk?
En als ik ziek wordt, ja, wat dan?
Het is nog geen 2011.
Nog onlangs kreeg ik het bericht
over wat het ABP me zal uitkeren
vanaf die datum.
Het is de vraag
of onze weinige nakomelingen
de nodige AOW zullen gaan opbrengen.

Mijn god, hoe moet dat gaan?





IX. In de put

Hier zit ik nu,
op mijn werkkamer,
achter mijn computer,
de schone schijn op te houden.
Deze flexibele persoonlijkheid met enorme werkkracht,
met opleiding en prachtige cursussen,
met veel en alzijdige ervaring.
Niemand heeft hem nodig.

Ik heb dan wel op zolder
alles wat mijn hartje begeert,
maar wat zou ik graag presteren,
iets doen dat materieel en geestelijk beloond wordt.
Erkenning wil ik.
Die van vroeger is op.

Het zit zo vast als een huis
op de Nederlandse arbeidsmarkt.
Roep me op, schakel me in,
onbetaald,
maar op mijn vakgebied.
Dat verplicht hen tot niets,
dat kost niets,
maar levert mij recente ervaring op.
Goed voor mijn CV.

Bij vrienden heb ik geen anekdotes meer
over wat ik meemaak op mijn werk.
Sterker nog,
ik begin vrienden te mijden.
Die hebben het allemaal druk.
Ze zouden graag een deel van hun werk willen afstaan,
maar dat gaat nu eenmaal niet.
Iedereen kloekt over zijn of haar positie.

Als ik niet meer naar ze toe ga,
dan hoef ik niet hun verhalen te horen.
Ook ben ik het zat
mijn saaie verhalen te vertellen,
dat het nog niets geworden is.

Ik kan bij hen ook niet terecht
als het me weer eens aanvliegt,
als ik een aanval heb van treurnis en angst voor het komende.

Ik wacht en ploeter al zo lang,
Ze nemen liever geen werkloze.
Die is verdacht.
Die kost alleen maar geld
Ze zien me liever gaan dan komen.

Er is geen werk voor allen
Ik ben al achtenveertig, een oude man,
die niet meer aan de bak komt.

Heb ik misschien altijd
ten onrechte gedacht
dat ik bijzonder was,
deskundig en onmisbaar?
Had ik gewoon geluk,
vervolgens domme pech?
Heb ik mezelf onmogelijk gemaakt,
zodat ze me nu niet meer hoeven?

Grijze luchten, vieze regen
klettert hard tegen de ruiten.
Soms wil bij toeval
het zonnetje haar schaarse straaltje schijnen.
Dab kan ik zomaar zitten,
een uur lang in de vensterbank
van mijn zogenaamde werkkamer.
Ik laat me warmen door de zon.
Je kunt beter werkloos zijn
in een zonnig land.
Daar krijg je het niet zo koud.





X. De pot gewonnen

Je zal het niet geloven,
maar alles kwam nog goed
op Wachtgelders' ganzenbord.
Fantastisch!
Wat hij alweer gedaan heeft en nog doet!
Geluk en uitdaging wisselen elkaar af.

"Meneer Wachtgelder,
ik hoorde van de trainingen die u geeft.
Van mijn collega hoorde ik
hoe enthousiast hij is.
Eindelijk eens iets fatsoenlijks op de markt.
Wanneer zou u bij ons kunnen komen?"

Wachtgelder '95 pakt zijn agenda;
de afspraak wordt gemaakt.
Het pas nog verhoogde honorarium
wordt zonder morren opgebracht.
Als dit zo nog een poosje doorgaat,
zal zijn jaarinkomen ver boven modaal stijgen.
En dat is nog niet alles.

Hij heeft zo een en ander uitgevonden.
Of hij nu in de trein zit,
onder de douche staat
of door de regen fietst,
altijd bedenk hij schitterende oplossingen
voor een hinderlijk probleem.
Nog niemand was eerder op dat idee gekomen.
Het Nederlands Octrooibureau
is bovenmatig enthousiast.
"vertel het even niet aan anderen!"
De uitvinder kan rustig in zijn achtertuin zitten
wachten op de royalty’s.

Elke maand
liet hij automatisch een tientje afschrijven naar de loterij:
"Ik ga de hoofdprijs winnen, een miljoen of meer."
De hypotheek is afbetaald,
Een boerderijtje in het Zuiden.
Daar zit hij dan achter zijn huisje,
in de schaduw van een vijgenboom,
laptop op de tuintafel.
Hij schrijft zijn roman,
een bestseller.
Interviews op radio en tv.





"Ik heb zo genoten van uw boek, meneer Wachtgelder."

"Is het werkelijk?
Wat fijn vind ik dat.
Wat kan het leven dan toch zinvol zijn."






AMSTERDAM, APRIL 1995