Maputo Mozambique


Het illegale brommertje

november 1989
Omdat de buurvrouw aangehouden is door een politie-agent en pas na veel praten en problemen haar auto terug kreeg, lijkt het me verstandig om snel mijn brommertje te legaliseren. Tot nu toe croste ik - niet gehinderd door enige kennis van zaken als politie en corruptie en nog ongedeerd door burocratische formaliteiten - lekker op mijn brommertje door de stad met aan het achterspatbord een verouderd nederlands geel nummerbordje.
"Als ze je aanhouden zonder papieren ben je misschien je brommer kwijt, of anders toch zeker een boel geld."
Ik moest dat risico maar niet lopen, vind ik ook.

Dus ga ik naar het importbedrijf dat mijn spullen maanden geleden door de douane heeft geloodst en dat nog steeds alle invoerpapieren heeft, voorzien van douanestempels en -verklaringen. Ze zijn zo goed me die papieren mee te geven.
"Je moet naar het gebouw van de Conselho Executivo da Cidade de Maputo, een mondvol voor het stadhuis."
Ze leggen me met succes uit hoe daar te komen en ik bij aankomst zie ik in de gang een jongetje met een zeer grote helm over het hoofd. Hij moet dus wel soldaat zijn. Deze soldaat verwijst me naar de achterdeur. Daar kom ik in een stoffige papierwinkel, overal mappen en ordners. Drie meneren bevinden zich achter een balie. Ik ben aan het goede adres: er zijn meer brommerrijders.
Ik leg uit waar ik voor kom.
"O senhor moet selos fiscais gaan kopen (één zegel van 50 Mts, één van 55 Mts en één van 350 Mts), daar in dat straatje, dicht bij dat gebouw (straten hadden toen nog geen naambordjes) en o senhor moet deze zegels op een impresso (formulier) plakken, onderaan. Dat formulier moet o senhor gaan kopen in een gebouwtje daar en daar. Over deze selos moet meneer zijn handtekening plaatsen en dan moet meneer met deze formulieren bij ons terugkomen."
Wel iets gemakkelijker gezegd dan gedaan. Maar ik heb een brommertje, dus niet geklaagd.
De zegeltjes worden aangeschaft bij een overheidskiosk, na lang in de rij staan. De formulierenwinkel, of liever: de 'Rijksdienst voor het drukken van overheidsformulieren' vind ik slechts met veel moeite en wachttijd. Maar goed, het lukt. Ik plak en onderteken. Omdat het na elven is inmiddels - het Conselho is dan gesloten - ga ik naar huis. De volgende dag toon ik vol trots de verzamelde trofeeën.
"Dat heeft o senhor goed gedaan."
Ze komen vanachter hun balie en gaan het brommertje visiteren: het chassisnummer, het motornummer, het merk en de banddikte. Alles wordt netjes genoteerd. Ze vullen formuliertjes in en bekijken met kritische blik mijn papieren, onder andere die van de douane.
"Nu moet o senhor gaan betalen; En wel bij dat-en-dat gebouw met uithangbord zus-en-zo, in die-en-die straat."
Het blijft moeilijk oriënteren zonder straatnamen en huisnummers. Zoeken, zoeken, veel rondrijden op mijn steeds illegaler wordende brommertje en jawel, ik vind dat gebouw. Een kassa met wachtende mensen, dus ik zal wel goed zijn. Helaas blijkt dat ik, eindelijk tot vlak voor het loket doorgedrongen, te vroeg in deze rij ben gaan staan:
"Meneer moet op de eerste verdieping deze formuliertjes van het stadhuis tonen. Dan krijgt meneer daar een betaalbriefje om daarmee naar de kasse te gaan op de begane grond - jawel, hier dus - en dan betaalt meneer hier en dan krijgt meneer een betaalbewijs. Daarmee moet meneer dan weer terug naar de eerste verdieping om daar een handtekening over wat zegeltjes te plaatsen."
Ik doe mijn best om alles te snappen en voer weer alle opdrachten uit. Dat duurt allemaal echter zo lang dat de dag alweer voorbij is. De volgende ochtend stap ik het stadhuis binnen, zwaar gewapend met formulieren, zegeltjes, handtekeningen, betaalbewijzen en vooral veel carimbos (stempels). Zegevierend laat ik alles zien.

"Ach wat jammer nou, o senhor heeft niet het impresso do manifesto? Heeft mijn collega u dat niet gezegd? Toch heeft o senhor dat nodig. O senhor kan dat kopen op hetzelfde adres als waar hij dat andere formulier heeft gehaald."
Enige moedeloosheid overvalt me, maar de funcionarios van de Conselho Executivo lachen me begrijpend, vriendelijk en hoopgevend toe.
"Het komt allemaal heus wel goed."
Dus weer naar de Rijksdienst voor het drukken van overheidsformulieren. Eén minuut voor elf ben ik terug bij het Conselho, maar er staan diverse mensen op hun beurt te wachten. Even voordringen en gauw vragen of dit het goede formulier is.
"Zeker wel meneer, dat is het nou precies. Vult u dat thuis nu maar netjes in. Intussen gaan wij dan met uw papieren een stempel halen op een plaats die alleen god en de chef kennen. Morgen kunt u dan dat gestempelde papier ophalen."
Twee dagen later kom ik met ongeruste opgewektheid weer bij het Conselho.
"Formulier ingevuld, alstublieft."
Kijken, fronsen met de wenkbrouwen, de functionaris moppert naar een ondergeschikte in het Shangana. Ik versta er niets van, maar er is iets niet in orde. Alleen kan ik er deze keer niets aan doen. Het is een intern probleem. De andere functionaris heeft blijkbaar verzuimd iets naar ergens te brengen. Hij krijgt opdracht dat nu meteen te gaan doen. Zelf krijg ik ook een opdracht om de zaak zo snel mogelijk afgerond te krijgen:
"Gaat u naar Predio Macao op de Avenida 25 de Setembro, derde verdieping, en vraag daar naar Sr. Tavanhane. Die weet precies wat er gebeuren moet."
Op een ander briefje, vastgeniet aan mijn volgestempelde formulieren staat de notitie:
"juntar o triplicado da Alfandega".
Er ontbreekt blijkbaar een formuliertje van de douane. Het zal wel een boodschap zijn voor die Sr. Tavanhane. Na enig gezoek vind ik zowaar het gebouw Predio Macau, waar ik nooit eerder van had gehoord, ren de trappen op naar de derde verdieping.
"Sr. Tavanhane não está ca. Hij is er niet. Morgen misschien."
Maar voor morgen heb ik iets veel prettigers afgesproken. Dan gaan we naar het eiland Inhaca, een paradijsje ergens in de baai van Maputo, de boot vertrekt om half acht, en dan is Sr. Tavanhane vast nog niet achter zijn loket.
"Ik kom volgende week wel terug."
En jawel, een week later schrik ik van de lange rij wachtenden voor het bureau van o senhor Tavanhane die nu aanwezig blijkt te zijn. Dik en lelijk achter zijn grote buro blaft hij zijn ondergeschikten af, ziet mijn spullen en bijgevoegd briefje en met veel woorden die ik probeer te volgen maakt hij me duidelijk dat er invoerrechten betaald moeten worden.
"Maar meneer, cooperanten mogen toch een half jaar lang vrij hun spullen invoeren?"
Hij lacht me uit. Zal hij, als chef, de regels niet kennen? Een door mij getoonde brief van de Alfandega (douane) over importgoederen en vrijstellingen is niets volgens hem:
"Isso não é nada. Dit stelt geen reet voor."
Hij gaat over tot de orde van de dag, ofwel gaat de volgende klant helpen. Met al mijn goede gedrag mag ik de zaal verlaten, het bos of de stad in, naar god weet wat voor kantoren, ambtenaren, chefes of funcionários, zegel- of formulierverkopers en baliemedewerkers.
Met de hele santekraam val ik het importburo binnen waar ze zo vriendelijk waren me alle benodigde papieren te geven en dump de bende op hun bureau.
"Waarom regelen jullie dat niet voor mij? Waarom laten jullie me aanmodderen? Ik wordt gek."
"Het komt allemaal wel goed, meneer."
En waarachtig; het neemt nog een paar maanden, dat wel. Maar na nog wat extra formulieren, paspoortcopiën, alsnog een bezoekje aan het Conselho, nog eens noteren van motor- en chassisnummer, na de vakantie van een andere chef, jawel. Ze zijn er in geslaagd voor mijn brommer een voorlopige verklaring van rijbevoegdheid - met stempel - te bemachtigen. Wel moet elke maand deze verklaring verlengd worden, net zolang totdat ik tenslotte het begeerde en definitieve einddocument, o livrete, in handen krijg.
Lang leve de burocratie.